Verrassing in de Hamerstraat: Het laatste krot…

En dan bedoel ik geen vervallen bedrijfspand, maar een huis. Een krotwoning. Een huis waar mensen in zouden kunnen wonen. Op mij hebben ze een bijzondere aantrekkingskracht. Verveloze vensters, loshangende dakgoten, een missende dakpan.  Een briefje achter het raam met de tekst ‘bel stuk, kloppen svp.’

wie woont hier achter al die autobanden?

Een krot doet iets met me – Misschien komt het doordat er nog maar zo weinig krotten zijn. Misschien een geval van misplaatste romantiek, want niemand wil zèlf in een krot wonen. Ik ook niet. Dit krot op de Hamerstraat bijvoorbeeld. Ik wil weten wat het verhaal is achter dit krot. Waarom is het zo liefdeloos achtergelaten? Is het geldgebrek, is het ruzie? Hoe komt het dat de tand des tijds aan de gevel heeft kunnen knagen? Mijn fantasie gaat met me op de loop en ik verzin een heel huizenleven, inclusief bewoners, lief en leed. En ook meteen een toekomst: wie gaat zich over dit krot ontfermen?  Ingeklemd tussen nieuwe bedrijfsgebouwen. In de voortuin alleen maar autobanden. De voordeur doet het niet, maar er is een achterom. In de keuken staan twee mannen iets te koken, wat best lekker ruikt. Zij weten van niets. Het huis is niet als woning in gebruik. Zij hebben het aangetroffen als een puinhoop en het weer enigszins begaanbaar gemaakt. Heeft er ooit iemand gewoond? Ze hebben geen idee. Ik stel me een beheerder voor, van een bedrijf dat er allang niet meer zit. Een hele familie misschien, die blij waren met deze pas opgeleverde woning. Die hun meubels naar binnen droegen en de pendule boven de kachel zetten. Het jongste kind mocht een emaille bakje over de drempel dragen, met gekookte aardappels die voor het eerste avondmaal gebakken zouden worden. Die avond rook het ook feestelijk in de keuken. Ooit, misschien nog niet eens zo héél lang geleden.

Reacties


ilovenoord