Buurman Henk was een ouwe zeikerd

Mijn vrouw vond hem een vreselijke vent. Net zoals de meeste mensen trouwens. Misschien kwam het doordat het meeste wat buurman Henk zei linea recta uit zijn galblaas leek te komen. Als het al verstaanbaar was: buurman David noemde hem niet voor niets Johnny One Tooth.

Het was niet gauw goed voor buurman Henk, een kettingroker van ergens in de zeventig. Te koud, te warm, te veel wind. Of je fiets stond op een plek die mogelijk de koers van zijn scootmobiel kon belemmeren. Een van onze eerste ontmoetingen was toen ik als kersverse huiseigenaar een paar snoeppapiertjes voor onze respectievelijke deuren opraapte. Ik woon tenslotte graag in een nette buurt. Het kwam mij op een van Henks fameuze sneren te staan. ‘Je werkt toch zeker niet voor de gemeentereiniging?’

Onze kinderen van drie en zes waren – als twee van de weinigen op deze aardbol – wel altijd blij waren om buurman Henk te zien. En dat was wederzijds. Altijd had hij wel een speelgoedprul of een snoepje ze, liefdevol bewierookt met nicotinedampen.

Zelf had ik ook altijd wel een zwak voor hem, al was het maar omdat zijn gekanker meestal ook maar een onbeholpen poging was om een gesprek op gang te brengen teneinde zijn eenzaamheid te verdrijven. En na het overlijden van meneer Dobbelaar was hij de enige die de hele dag van achter het raam de buurt in de gaten hield. Er kon niemand van zijn fiets vallen of Henk had het gespot.

Op een zaterdag een paar maanden geleden kwam de ambulance buurman Henk ophalen. Hij at niet meer en kon niet meer zonder hulp uit zijn stoel komen. In het ziekenhuis werd hij nog een beetje opgelapt en na een tijdje in het verpleeghuis mocht hij weer naar huis. Niet dat dat een groot succes was, want van zijn bed naar een stoel redde hij niet meer zonder te vallen.

‘Die haalt de kerst niet,’ voorspelde buurman Hans, die al die tijd de hond had uitgelaten voor Henk. En hij kreeg ruimschoots gelijk. Op een koude heldere morgen vlak voor Sinterklaas stonden we in de hal van de Noorderbegraafplaats. Met z’n drieën. Buurmannen Joop jr. en sr. – ‘Blij dat we ‘m niet die tweehonderd euro nog geleend hebben’ – doen principieel niet aan begrafenissen en veel andere kennissen had Henk blijkbaar niet. Zijn vijf kinderen – ‘het doodschoppen niet waard’ volgens Hans – weigerden niet alleen te betalen voor de uitvaart, maar vonden het ook niet nodig om op te komen dagen. De enige andere die het de moeite had gevonden zijn werkzaamheden een ochtendje op te schorten was buurman Jair. En zelfs hij kwam vooral om Hans een hart onder de riem te steken.

Hans had een lijstje meegenomen van Henk en zijn hond om op de kist te zetten. In de aula draaiden ze ‘Con te partirò’, een live uitvoering van Andrea Bocelli inclusief applaus en een of ander hijgerig zangeresje. Misschien was het toepasselijker geweest om een kwartiertje Hollandse hits te laten schallen uit het radiootje dat Henk altijd aan had als hij met zijn scootmobiel door Noord toerde.

Het kan een paar weken duren voordat de gemeente klaar is in zijn huis, vertelde de medewerker van Uitvaartcentrum Zuid die alle uitvaarten van gemeentewege begeleidt en daarom – zoals hij niet zonder trots vertelde – een milliseconde in de documentaire Poule des Doods te zien is. Ze zullen eerst de spullen van Henk doorgaan zoek naar iets waarmee de begrafenis te betalen is. En dan is het aan de woningbouwvereniging  om te zorgen dat alle met een nicotinelaag bedekte zooi weggewerkt wordt en dat het pand weer bewoonbaar is. Daarna gaat het in de verkoop en kan VvE De Zwartkopmeeuw een nieuw lid begroeten. Voorlopig kijken we dus nog even naar het stilleven op de vensterbank zoals op bovenstaande foto.

Misschien is het een idee dat de gemeentedienst die de uitvaart regelt in het vervolg ook even een briefje door de bus doet bij de naaste buren. ‘Aan de bewoners van dit pand. Uw buurmens is overleden. Misschien verwaarloosde hij zijn familie, misschien stonk hij, misschien was hij te belazerd om zijn hond ergens anders te laten schijten dan in zijn eigen tuin, misschien was het een ouwe zeikerd, maar was dat nou echt zo erg dat hij alleen de grond in moet? Mocht u de uitvaart willen bezoeken, die vindt plaats op…’

Op tweede kerstdag, toen we net de deur uitgingen voor familiebezoek, liep er een mevrouw langs. ‘Mag ik u wat vragen? Weet u hoe het met de buurman is? Ik woon hier om de hoek en zag hem vaak in de deuropening staan maar de laatste tijd niet meer.’ Toen ze hoorde wat er gebeurd was, betrok haar gezicht. Hadden we misschien toch nog met z’ n vieren op de Noorderbegraafplaats kunnen staan.

Reacties


ilovenoord