Het verhaal van Brigadier Wemelding

Goedgemutst toog brigadier Wemelding die ochtend de wijk in. Haartjes gekamd, zijn fietsketting weer aangespannen. Op naar de afhandeling van wat huiselijke geweldjes en uit-huis-zettingen. En natuurlijk het koffiegesprek met de flatmeester. Het was nu al weer een tijdje dat hij was aangesteld als buurtregisseur, en hij was er bijzonder blij mee.

Zijn ontmoeting met het eerste boodschappenkarretje was net na de viaduct. Uit de duisternis van de tunnel gekomen botste hij er bijna op. “Sodeju, ze worden steeds brutaler” riep Wemelding uit, en plaatste zijn fiets tegen een boom. Het karretje zette hij op de stoep, waarna hij met een aantekening in zijn schriftje garandeerde dat de supermarkt hem die dag op kon halen. Wemelding sprong weer op zijn fiets. Goedgemutst. Vandaag slechts wat huiselijk geweldjes.

De hoek om trof zijn oog vier karretjes, aan elkaar geklonken met een ketting. Geparkeerd tegen een boom. Het schriftje maar weer. Zucht. Vooruit. Nog één aantekening en dan weer verder. Done. Maar bij de volgende hoek viel Wemelding stil. Op het parkeerterrein stonden zes losse karretjes, verspreid over pak em beet acht parkeerplaatsen.  Wemeldings mond viel open. Zes. Karretjes. Zes

Dat maakte bij elkaar al elf karretjes die ochtend. Terwijl de karretjes keurig genoteerd werden in het schriftje raasden de verschillende opties door Wemeldings hoofd. Zorgen dat de karretjes terugkomen, extra surveillance, inschakeling bewonerscommissie. Het verwarde hem. Elf karretjes. In één ochtend. Op honderd meter fietsen.  “Sodeju”.

Met de gedachten eenmaal weer geordend klom Wemelding op zijn zadel.  Hij was nu toch wat verlaat door al dat noteren, en voor negenen moest hij toch bij twee huiselijk geweldjes langs.  Met flinke moed op de trappers. Hup!

Na weer zo’n honderd meter begon het Wemelding te duizelen. Terwijl zijn ogen wegdraaiden zakte zijn lichaam onbarmhartig naar beneden terwijl het staal van zijn fiets met een “kleng” het asfalt raakte. Bewegingsloos bleef hij liggen. Hij was weg.

Om Wemelding’s lichaam heen was de straat bezaaid met karretjes.  Al waar het oog rijkte: karretjes. C1000-karretjes, Jumbo-karretjes, Albert Heijn-karretjes. Kris kras door elkaar.  Sommigen waren wat meer gegroepeerd, anderen stonden alleen, en mensen met een artistieke inslag konden nog vermoeden dat dit het werk was van een kunstenaar.

En in een sadistisch universum zouden tientallen ontvoerders van karretjes nu lachend naar beneden staren over de ballustrades van de galerijen, verrukt over zoveel effect van hun noeste verzameldrift. Maar nee. De galerijen waren leeg.

Wemelding werd die week overspannen naar huis gestuurd. De karretjes werden één voor één opgehaald door een klein maar sterk jongetje. De euro’s hield hij zelf.

Reacties


ilovenoord