Een tuin vol verhalen….

Er gebeuren tegenwoordig een heleboel vet hippe dingen in de Tolhuistuin... The old secret garden in Amsterdams new cultural playfield for music, (performance) art, cuisine, academia, film, dance, debate & people: een hele mond vol. Er vinden concertseries, literatuurfestivals en fashion markets plaats. Je krijgt er lunches van Bite Me tot-en-met pizza’s uit de leemoven voorgeschoteld. Begin volgend jaar gaat er in het Tolhuispaviljoen geprogrammeerd worden met Paradiso, er komen expositieruimtes, een café-restaurant, dansstudio’s, infobalie voor bezoekers van Noord, kantoren, werkruimtes en een terras aan het water. Zal iedereen weten wat zich hier de afgelopen eeuwen heeft afgespeeld?

luchtfoto-tht2

In 1660 werd er een trekvaart gegraven van de Volewijk tot Hoorn en een weg aangelegd die Purmerend verbond met Amsterdam. Om deze projecten  te kunnen betalen, ging de gemeente Amsterdam tol heffen op iedereen die de trekvaart of de weg gebruikte. Daarom werd  in 1662 het Tolhuis gebouwd. Hier woonde de tolbaas en zijn gezin.

De haven van Amsterdam was in die tijd gescheiden van het IJ door een rij palen met een opening om schepen in- en uit te laten. Tussen zonsondergang en zonsopgang werden die openingen gesloten met balken, of eigenlijk bomen (daarom werd het Tolhuis ook wel Boomhuis genoemd). Reizigers die aankwamen wanneer de haven al gesloten was of ‘de boot hadden gemist’ naar Amsterdam, konden niets anders dan overnachten in de Volewijk. In het Tolhuis kon je  slapen, eten en drinken en het  groeide daarom al snel uit tot een echte herberg. Niet een heel gezellige plek overigens: naast het Tolhuis was het Galgenveld.

tht-01

Het eerste Tolhuis in 1662, uit: Tolhuis in heden en verleden, Fred Thomas

Maar het Tolhuis werd desalniettemin een ‘chille hangout’: ouders namen hun kinderen mee naar het Tolhuis om te genieten van het uitzicht op het IJ en om hen het Galgenveld te laten zien als afschrikwekkend voorbeeld. Om de bezoekers een plezier te doen bouwde de gemeente in 1770 een theekoepel. Het werd er al maar drukker mede door d e komst van de stoompont. Daarom breidde de gemeente in 1858 het Tolhuis uit met twee gebouwen en een tuin en verpachtte het complex.

De meest bekende en succesvolle pachter van het Tolhuis en de tuin was Pieter Mol. Hij was ook pachter van theater Frascati in de Nes. Hij runde het Tolhuiscomplex van 1878 tot hij overleed in 1894. Hij breidde de tuin uit en maakte er een waar lusthof van met vijvers, romantische hoekjes en brede paden… Het werd een populaire uitgaansplek voor jonge en oude Amsterdammers. Hij legde een moderne kegel- en schietbaan aan, kinderen leefde zich uit op speeltoestellen zoals klimpaal, zweefmolen, trapezium, rekstok, hobbelpaarden en springtouwen. Óf je kon een rondje rijden in het ezelswagentje van Jan Geerling. Amsterdamse toneelverenigingen gaven er voorstellingen. De concerten die er werden gegeven waren beroemd! Erg populair waren de champêtres, dansfeesten in de tuin met een orkest.

tht-00

Optreden in de muziektent 1914, bron: hcan

tht-04

Ezelwagen ‘waarmede Jan Geerling elke 10 minuten
in den kinderspeeltuin van het Tolhuis toerde’,
uit: ‘Eigen Haard’ van 8 augustus 1908

tht-03

Kegelaars en boogschutters in de Tolhuistuin,
uit: ‘Eigen Haard’ van 8 augustus 1908

tolhuistuin-12

Ansichtkaart met spelende kinderen in de Tolhuistuin,
bron: hcan

In 1913 werden de barakken in de Tolhuistuin nog gebruikt door de E.N.T.O.S. – de Eerste Nederlandse Tentoonstelling op Scheepvaartgebied. Maar het complex raakt langzaam in verval… De crisis van de jaren ’30 bracht slechte tijden voor de exploitatie van het Tolhuis. Toch groeit de Koninklijke Shell, buurman van de Tolhuistuin, in die jaren snel. In 1938 koopt Shell (of eigenlijk haar dochter: de Bataafse Petroleum Maatschappij) de Tolhuistuin en word de tuin ‘verboden gebied voor onbevoegden’. Het ‘IJ-paviljoen’ word in 1974 gebouwd als personeelskantine voor 1300 medewerkers van Shell.

Nol, tuinman in de Tweede Wereldoorlog

Van 1942 tot 1945 fietste Nol Belmon (94) twee keer per week, vanuit Oud-West, naar Amsterdam-Noord. Belmont, toen tweeëntwintig jaar, werkte in de Tolhuistuin als tuinman. De bomen in de Tolhuistuin heeft Nol nog jong gezien. Van elke boom kan hij de naam in het Latijn nog oprakelen en hij is nog steeds gek op deze plek.

tht-06

Nol Belmon, foto: Stije van der Beek

Nol werkte destijds bij bloemisterij firma H.P. Frankenhuisen, op de afdeling ‘tuinaanleg

en onderhoud’. De bloemisterij was gevestigd in de Reguliersbreestraat precies tegenover bioscoop Tuschinksi. Het bedrijf had veel klanten op de grachten waarvan zij de tuin onderhielden: ‘de mensen die centjes hadden.. waaronder
de familie Heineken en Brenninkmeijer (C&A)’.

Er kwam in die tijd niemand in de Tolhuistuin. Zelfs voor werknemers van de Bataafse was het verboden terrein. Ook Nol vraagt zich af waarom de Bataafse het eigenlijk in haar bezit had. Een enkele keer kwam er iemand met een wagen vol met sintels die werden

uitgestrooid op de ruige wandelpaden in de tuin.

In het water tussen A-lab en de Tolhuistuin in, in het Buiksloterkanaal, lag een ziekenschip van de Duitse bezetter. Nol mocht daar aan boord komen. Hij werd vaak om 9 uur geroepen en kreeg dan een kop koffie en soms wat te eten. De Duitse matrozen probeerden wel eens met hem te praten maar Nol sprak geen woord Duits.

Omdat het bloemisterijbedrijf waar Nol voor werkte gezien werd als behorende tot de land en tuinbouw hoefde Nol in de oorlog niet werken in Duitsland. Hij kreeg een ‘Ausweis’ – een werkvergunning die door de Duitsers werd ingevoerd. ‘Het leven ging in de Tweede Wereldoorlog voor de niet Joodse Amsterdammer gewoon door’, aldus Nol. Er was genoeg eten en drinken, hoewel al wel veel dingen op de bon waren.

Tot de luchtlanding in Arnhem, in september 1944: er ontstond grote paniek bij de Duitsers. Het openbaar vervoer lag stil en de hongerwinter volgde. Vanaf de waterkant tot het begin van de Tolhuistuin stond een groot hek. Je werd streng gecontroleerd bij de poort die toegang gaf tot het terrein. Belmont mocht nog wel het onderhoud van de Tolhuistuin doen, maar de rest van het gebied was verboden terrein. Men was bang dat werknemers olie of benzine zouden meesmokkelen naar buiten. In de hongerwinter heeft Nol weinig gewerkt… Zijn baas betaalde hem wel door. ‘Één keer kreeg ik zelfs 35 kilo aardappelen!’

En nu…

De tuin vol verhalen is 70 jaar gesloten geweest… tot in 2008 de tuin in handen van de gemeente komt en weer open is voor publiek. Hoewel gesloten tussen 1 oktober en het voorjaar van 2014. Wat zal deze eeuwenoude stadsoase ons volgend jaar weer brengen?

Lees ook:

Heb je nog een leuk verhaal over een gebouw, plek, object in Amsterdam-Noord waar ik een leuk stukje over zou moeten schrijven? Graag, laat het me weten! lies@ilovenoord.nl

Reacties


ilovenoord