Dan klinkt er opeens een verschrikkelijk gegier boven de Sint Ritakerk …

Op de dag van het bombardement, 17 juli 1943, is het prachtig weer. De Sint Ritakerk bestaat 25 jaar. Deze gelegenheid wordt gevierd met een plechtige eucharistieviering, waaraan kinderen van de verschillende katholieke scholen in de buurt deelnemen. De kerk zit bomvol: zo’n 500 kinderen en een hoop volwassenen. Harry Sablerolle is een jongen van 9 jaar, tenger, met een donkerblauw plusfour-pak aan – een pak met een over de knie vallende pofbroek, zoals stripheld Kuifje die ook draagt. De andere kinderen in de kerk zijn, net als Harry, ook op hun mooist uitgedost voor de viering.

ritakerk-steije-01

Harry Sablerolle voor de Sint Ritakerk

De kerk bestaat uit 4 blokken banken met een kruisvormig gangpad er dwars doorheen. De kinderen zitten aan de voorkant van de kerk bij het altaar. De volwassenen in de achterste banken, vóór het orgelbalkon met daarboven grote gebrandschilderde ramen. Volgens Rooms Katholieke traditie zitten de mannen rechts, de vrouwen links. Harry zit met zijn buurjongen, Adje van Wakeren, ongeveer in het midden van de kerk.

st-ritakerk-03

Wanneer de mis is afgelopen gaat het luchtalarm af, dat gebeurde wel vaker. Niemand mag naar buiten tot het sein ‘veilig’ wordt afgegeven. De pastoor loopt van voor naar achter door het gangpad van de kerk het ‘rozenhoedje’ te bidden en iedereen in de kerk zegt het gebed na. Dan klinkt er opeens een verschrikkelijk gegier boven de Sint Ritakerk … en hoort Harry plotseling de gebrandschilderde ramen achterin de kerk invallen. Hij kijkt er vlug naar, waarna hij uit een reflex, heel snel zijn hoofd onder het kastje, waar normaal het kerkboek ligt, voor zich drukt. Hij hoort de bom zich door het houten dak van de kerk boren. Wanneer hij zijn hoofd optilt is het pikkedonker in de kerk en hoort hij een oorverdovend gekrijs. Adje zit niet langer naast hem. Harry ziet geen hand voor ogen en denkt alleen maar: ‘Hoe kom ik hier weg?’.

st-ritakerk-04

Hij besluit via het middenpad naar de uitgang te gaan. Maar de bom heeft achter in de kerk een enorme krater geslagen. Overal liggen stukken puin, balken, banken… Harry klautert over de troep heen, naar achter, naar buiten. Langzamerhand word het steeds lichter in de kerk en doemt er een grote witte vlek voor hem op: de uitgang! Middenin zijn klautertocht wordt hij omver gegooid door een hysterische vrouw, ze gilt hard en zwaait met haar armen. Harry valt daardoor in het puin maar weet toch verder naar de uitgang te kruipen.

st-ritakerk-07

Bij de uitgang zit een grote kuil in de grond. Een man die in de kuil staat tilt Harry eroverheen. Nu is hij buiten. Huilend rent hij naar huis. Over de brug, rechtsaf naar de Sperwerlaan, naar het Spreeuwenpark, de Lijsterweg en dan naar de Meeuwenlaan, waar hij woonde. Mannen van de fabrieken en scheepswerven in de buurt, die al van het bombardement gehoord hadden, komen hem rennend tegemoet.

Rond de Meeuwenlaan was een buurt van een katholieke woningbouwvereniging, dus alle katholieken gezinnen woonden daar bij elkaar. Harry’s moeder stond, samen met andere ongeruste moeders, buiten angstig met hen te praten en te wachten tot hun kinderen thuis zouden komen. Mevrouw Beumer, de vrouw van de huurophaler, had als één van de heel weinigen een telefoon thuis en vroeg Harry en zijn moeder om binnen te komen. Dan zou ze haar zus even bellen. Aan de telefoon verteld ze haar zus ‘…Mijn buurjongen Harry heeft een blauw pak aan en dat is helemaal grijs!’. Harry had alleen een schram… en Adje bleek ook vrijwel ongedeerd.

Cor moest suiker halen
Het toeval wil dat Cor Sablerolle, de drie jaar oudere broer van Harry, die dag niet aanwezig was in de kerk. Cor was misdienaar en had tijdens de viering moeten ‘dienen’. Zijn moeder vond echter dat hij in de rij moest gaan staan bij de Jamin op het Spreeuwenpark. Hij moest suiker halen, wat op dat moment schaars en op de bon was. Alle misdienaars stonden die ochtend, toen de mis in de Ritakerk afgelopen was en de pater aan het bidden, aan het einde van de kerk: precies daar waar de bom insloeg. Cor zou daar ongetwijfeld hebben gestaan.

Bekomen van de schrik
In 1943 kwam er bericht uit Lutjebroek, een katholieke enclave in West-Friesland. Ze hadden het nieuws over de Ritakerk gehoord. Kinderen werden, om van de schrik te bekomen, uitgenodigd om een tijdje in Lutjebroek te verblijven. Harry verbleef er een half jaar, net zoals vele andere kinderen uit zijn buurt. En in de hongerwinter van ’45 gaat Harry nog een keer terug naar Lutjebroek: een onderduiker bij Harry in huis bracht hem er die 55 kilometer op de slee heen.

Getekend voor het leven
De gebeurtenissen van die dag hebben diepe sporen achtergelaten bij Harry. Vóór het bombardement gingen Harry en zijn vriendjes altijd kijken naar de hordes vliegtuigen die overvlogen onderweg naar Duitsland, en de witte strepen die ze achterlieten. En tijdens het luchtalarm gingen ze niet in maar óp de schuilkelders staan. Maar na de oorlog voelt hij een diepe angst voor onweer en overvliegende vliegtuigen: zijn hele lichaam kneep ervan samen. Hij wilde altijd zó graag de stad uit als kind. Weg bij de fabrieken: de ‘bombardement waardige’ plekken. Na de oorlog woonde hij een tijdje op de Looiersgracht, waar hij eens een verschrikkelijke knal hoorde. Hij riep naar zijn vrouw ‘Kom op! Onder de trap!’. Er was hem geleerd dat dit de veiligste plek was… zijn vrouw die die angst niet kende keek er raar van op.

De feiten
Amsterdam-Noord is tijdens de Tweede Wereldoorlog drie keer gebombardeerd. Op 17, 25 en 28 juli probeerden eerst Amerikanen, daarna de ‘Vrije Fransen’ en als laatste de Britten de vliegtuigenfabriek Fokker te vernietigen. De fabriek, overgenomen door de Duitsers en gebruikt voor oorlogsproductie, was zo gecamoufleerd dat het leek op een klein woonwijkje en was daardoor vrijwel onzichtbaar. Alleen tijdens het tweede bombardement wordt de fabriek deels geraakt.

st-ritakerk-06

De gecamoufleerde Fokkerfabriek – zie de nephuizen bovenop de fabriek

De rest van de bommen kwam terecht op woonhuizen en fabrieken in de Vogel- en de van der Pekbuurt. Ook de Ritakerk op het Hagendoornplein werd geraakt. In totaal vallen er zo’n tweehonderd (vooral burger) slachtoffers. De bom die valt op de Ritakerk wordt gesmoord doordat hij pas in de grond tot ontploffing komt. 11 mensen overleven de aanslag niet – waaronder 4 kinderen. Zou de bom eerder ontploft zijn, dan was het aantal doden nog hoger geweest.

st-ritakerk-01

Fazantenweg, 17 juli 1943

In de geschiedenisboeken over de Tweede Wereldoorlog staat weinig tot niets over de bewuste bombardementen geschreven. Er werd ook lange tijd niet over gesproken… Het lag immers gevoelig bij velen dat we geraakt waren door ‘friendly fire’, van de geallieerden. Daar is men inmiddels op teruggekomen. Sinds 2003 staat er op de Noorderbegraafplaats een monument, en vindt er tussen 17 en 25 juli een herdenking plaats voor de slachtoffers van deze bombardementen.

Maar zeg nou zelf: meer dan 200 noorderlingen vonden de dood tijdens deze bombardementen… Die herdenksteen mag toch wel op een iets prominentere plek komen te staan? Bijvoorbeeld naast de Ritakerk?

Lees ook:

beeld: HCAN // kleurenfoto door Stije van der Beek

 

Reacties


ilovenoord