‘Ik ben mijn hele leven gediscrimineerd omdat ik uit Vogeldorp kom’

Aan het begin van mijn bestaan als Noorderling kon ik het niet plaatsen. Wat is toch dat gekke wijkje met ongeveer identieke straatnamen en straatjes? In mijn onderzoek naar de historie van Vogeldorp kwam ik Ron van den Berg en Henk Eskens op het spoor. Nu ben ik al een ‘over emotioneel vrouwspersoon’ – zoals de Antilliaanse buschauffeur mij laatst noemde toen ik hem smeekte mij toch mee te nemen met de bus hoewel er niets meer op mijn OV-chipkaart stond  – maar de verhalen van deze mensen hebben mij écht geraakt. Het leven als arme arbeider… De realiteit van de Noorderling nog niet eens zo heel lang geleden. Armoede, discriminatie maar misschien wel meer menselijke verbondenheid dan ooit.

Henk en Ron

Henk Eskens is naar eigen zeggen degene die het langst in Vogeldorp woont. In 1928 kwam Henk met zijn ouders op de Vogelkade wonen, later woonde hij er met zijn vrouw en zoon. Nu woont meneer Eskens alleen in het huisje van 40 m2. Van 1948 tot 1959 woonde Ron van den Berg met zijn 6 broers en ouders in een kelderwoning op de Nieuwendammerdijk. Een blik van binnen en buitenaf op Vogeldorp en de omliggende omgeving.

Ron_web2

Ron van den Berg, foto: Stije van der Beek

Hoewel de woningen in Vogeldorp wel stromend water hadden waren er tot de jaren ’70 geen douches. U zegt gebadderd te hebben in het badhuis: hoe ging zoiets in zijn werk?

Ron: ‘Het badhuis in Vogeldorp was niet uitsluitend bedoeld voor Vogeldorpers: ik woonde op de Nieuwendammerdijk, en kwam er ook. Thuis had niemand een douche. Je waste je in een teiltje en ging één keer per week naar het badhuis. Voor het badhuis moest je betalen, tussen een dubbeltje en een kwartje. Dan kreeg je een klein, langwerpig kaartje en kon je plaatsnemen in de wachtkamer. Er waren een stuk of 6 douchecabines. Na 10 minuten werd er geklopt op de deur en mocht de volgende. Het rook er naar Lysol, het desinfectiemiddel waarmee de hokjes werden schoongemaakt. Ik ging altijd ná de zaterdagschool, het was dan heel druk want dan gingen natuurlijk alle kinderen. Het was altijd heel gezellig, heel volks, een soort buurthuis eigenlijk… Je sprak elkaar weer even.’

Alles zou vroeger, 50, 60, 70 jaar geleden, zo veel socialer zijn geweest volgens jullie…

Henk: ‘De samenhorigheid was door de armoe groter dan nu. Bijna iedereen in deze buurt kwam uit een arm arbeidersgezin. Geld doet afstand brengen.’

Ron: ‘Iedereen in de buurt zat in zijn tuin of voor de deur, je ging bij elkaar op de koffie, maakte altijd wel een praatje hier en daar. Als ik thuis kwam van school was mijn moeder thuis.’ Dat hield op toen men het van generatie op generatie steeds beter kreeg. Arbeiders gingen opeens niet langer op de fiets naar hun werk, maar kochten een auto, of zelfs een huis! De jaloezie en afgunst tussen buurtbewoners sloegen toe. Toen kwam in de jaren ’50 ook nog eens de televisie: mensen kwamen toen al helemaal niet meer buiten.

H_Eskens_web3

Henk Eskens, foto: Stije van der Beek

Ik hoorde dat Vogeldorpers ook wel met de nek aangekeken werden door anderen, om wat voor reden dan ook…

Henk: ‘Ik ben eigenlijk mijn hele leven gediscrimineerd omdat ik uit Vogeldorp kom. Door de armoede kon mijn vader geen mooie kleren voor mij kopen dus kreeg ik ‘steunkleding’ van de gemeente, iedereen herkende je daar aan. Ik heb me eigen daar zo voor geschaamd. In de liefde was het ook moeilijk. Het meisje waar ik verliefd op was wilde me niet. Een paar jaar geleden kwam ik haar tegen op een reünie en toen hebben we samen toch nog wel een fijne tijd gehad: op oud ijs vriest het licht. Maar toen zij in mijn woning was geweest zei ze: ‘Nee Henk, ik denk toch niet dat ik met jou door kan gaan.’ Ik kan best wat melk brokkelen maar ik heb nu eenmaal geen status. Ik was huisschilder van beroep, zij en haar man hadden een groot bedrijf gehad.’

Ik las dat Vogeldorp niet voor iedereen een fijne plek was om te wonen: veel mensen vonden het zo’n uithoek, dat ze wanneer ze de mogelijkheid kregen weg te gaan, ze dat zeker zouden doen. Er zouden in de buurt veel asocialen wonen en zij was ook nog eens omgeven door zware industrie. Wat kunt u daarover zeggen?

Ron: ‘Flora-, Distel-, Vogeldorp en ‘Het Blauwe Zand’ (Tuindorp Buiksloot) werd in de volksmond ook wel ‘de rimboe’ genoemd. Daar zouden de asocialen wonen. Dat was niet zo, maar ze zaten er wel tussen. Mensen die het niet interesseerde wat de maatschappij van hen vond, mensen met losse handjes, ‘mensen die zich iets toe-eigenden wat niet van hen was’ en er waren ‘Morgensterren’. Er waren erbij die vuilniszakken mee naar huis namen of de ramen van hun huiskamer openzetten: dan kon je zo je vuilnis naar binnen gooien. Ze stortten de vuilniszakken leeg op zoek naar dingen die ze konden verkopen of omsmelten. De tuin van die Morgensterren stonden vol met oude wasmachines, fietsen, beddenframes… Zo krijg je gauw een naam natuurlijk. Er woonden hier heus wel keurige mensen.’

Henk: ‘Ik heb hier altijd prettig gewoond. Mijn vrouw, die inmiddels overleden is, kwam uit de Gelderse Achterhoek. Zij vond het gezellig in Vogeldorp en wilde hier ook niet weg. Zelfs toen ik de kans kreeg om wat anders te krijgen. Ze vond het hier goed. Mijn nieuwe vriendin is een Duitse en zegt: ‘Hoe heb je hier al die jaren kunnen wonen?!’.’

H_Eskens_web1

foto: Stije van der Beek

Ron: ‘Mijn vader werkte bij Ketjen (nu Albermarle): de zwavelzuurfabriek. Soms kwam hij thuis met de vellen aan zijn armen vanwege de chemicaliën waarmee hij werkte. De kleine deeltjes die de fabriek uitspoot brandden kleine gaatjes in je kleding en het drogende wasgoed in de buurt. In bepaalde delen van het Vliegenbos groeide helemaal niets. Als de wind verkeerd stond brandden diezelfde dampen de bladeren van de bomen weg. Het rook vaak naar salpeterzuur in de buurt, daar kreeg je gewoon tranen in je ogen van. In de buurt waren volkstuintjes. Daar werden groenten verbouwd… Ik heb daar nog wel druiven van gegeten. Je kunt je toch niet voorstellen dat dat goed is geweest? Of misschien werden we er wel immuun voor in de loop van de tijd.’

Geschiedenis van Vogeldorp

In den beginne… Amsterdam = vol

Halverwege de negentiende eeuw neemt de bevolking in Amsterdam enorm toe. Veel mensen trekken naar de stad als gevolg van de landbouwcrisis en de industriële revolutie. Amsterdam kan deze mensen lang niet allemaal onderdak bieden. Door het tekort aan huurwoningen waren de huurprijzen hoog, dus voor veel mensen onbetaalbaar. Veel arme mensen gingen daarom in vochtige keldertjes of krotwoningen wonen. Vaak hadden deze ruimtes geen daglicht, toilet, stromend water en verwarming. De leefomstandigheden waren voor deze mensen erg slecht. Niet zo gek ook dat er regelmatig cholera-epidemieën uitbraken, en alcoholverslaving een groot probleem was. Woningbouw was toen nog een particuliere aangelegenheid, en wetgeving op dat gebied was er nog helemaal niet.

In 1902 wordt de Woningwet aangenomen. De wet had tot doel bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken, en de bouw van goede woningen te bevorderen. Het werd mogelijk om woningen voor lagere klassen met subsidie te bouwen.

De bouw van noodwoningen

De woningbouw voor arbeiders ging de SDAP – Sociaal Democratische Arbeiderspartij – niet snel genoeg. En tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de woningnood nog erger: ook zo’n 2500 Belgische vluchtelingen moest in Amsterdam onderdak geboden worden. Floor Wibaut – eerste wethouder van Volkshuisvesting en vooraanstaand lid van de SDAP – en zijn partijgenoten zochten naar een oplossing. In 1917 besloot Wibaut ‘noodwoningen’ te bouwen. De directeur van de Gemeentelijke Woningdienst, Arie Keppler, kreeg de opdracht het ontwerp te maken, de bouw te begeleiden en de woningen te verhuren. Op de Buiksloterham werden 206 noodwoningen gebouwd, in de volksmond ‘nooddorp Obelt’ genaamd. Daarna komt Wibaut het met voorstel nog 500 noodwoningen te bouwen. In 1918 worden op de Nieuwendammerham 313 en op de Buiksloterham 224 woningen gebouwd, Vogel- en Disteldorp. Oorspronkelijk waren deze woningen bedoeld om na 10 jaar weer afgebroken te worden. Daarom zijn de straatnamen van de dorpen simpel gehouden (‘vogel’ en ‘distel’): de woningen waren immers tijdelijk!

02vanHCANnaarILOVELIESvogeldorp

Vogeldorp in aanbouw, 1918. bron: hcan

03vanHCANnaarILOVELIESvogeldorp

Luchtfoto uit 1948. Rechts in beeld het Vliegenbos, daarnaast Vogeldorp. bron: hcan

Een tuindorp: vorming van een fatsoenlijke burger

De woningen waren geïnspireerd door de ‘tuinstadgedachte’ van Ebenezer Howard. De ‘tuindorpen’ Vogel- en Disteldorp zijn een variant op dit stedenbouwmodel, maar dan bescheidener uitgevoerd: het werden dorpen aan de rand van een bestaande stad, in plaats van een zelfvoorzienend oord midden in het platteland. Tuindorpen kenmerken zich door lage eengezinswoningen met voor- en achtertuin met veel groen in de omgeving. In lijn met de politieke visie van de SDAP waren er geen kroegen in de buurt, maar een badhuis en een verenigingsgebouw: voor hygiëne, vorming en ontspanning. Ook kwamen er winkels (van de Algemeene Arbeiders Coöperatie De Dageraad) en een wasserij. Leven in zo’n besloten gemeenschap moest wel bijdragen aan de vorming van een fatsoenlijke burger!

04vanHCANnaarILOVELIESvogeldorp

bron: hcan

05vanHCANnaarILOVELIESvogeldorp

bron: hcan

De bovenstaande opvatting bleek niet altijd op te gaan. Vandaar dat er opzichteressen werden aangesteld die de huur inden, controleerden of het linnengoed er wel goed bij lag en of het huis wel netjes en schoon was. Als je niet voldeed aan die eisen kon je naar Asterdorp (!) gestuurd worden… Deed je daar je best, dan mocht je weer terugkomen.

Dreiging tot sloop…

In 1929 werd nooddorp Obelt gesloopt: de woningen waren te onhygiënisch. In de jaren ’70 sluiten de winkels, het badhuis en de verenigingsgebouwen, maar de huizen in Vogeldorp blijven staan. De woningen waren nodig toe aan een opknapbeurt en begin jaren ’80 gebeurde dat dan ook. Zo konden de woningen nog 15 jaar mee. Rond 1993 gingen er geruchten over serieuze sloopplannen. In deze tijd werd de actiegroep De Vrije Vogels opgericht. In 1996 wordt bekend dat renovatie te duur zou zijn en dat er wel gesloopt móést worden. Bewoners protesteerden hevig en uiteindelijk kregen zij steun van het stadsdeel. In 1997 krijgt Vogeldorp een monumenten status, en in het jaar 2000 Disteldorp ook. In 1999 neemt Woonstichting de Key zowel Distel- als Vogeldorp over van het Woningbedrijf Amsterdam, waarna de huizen nogmaals werden gerenoveerd.

Distel- en Vogeldorp: wat begon als ‘nooddorpen’ staat er nu al 95 jaar! Zoals Floor Wibaut zo mooi sprak: ‘Het staat er. Knap als ze het afbreken.’.

Lees ook:

Reacties


ilovenoord