De verkeerde pont bestaat niet

Stel, het wordt al donker. Je komt in gedachten aanfietsen vanuit de drukke stad en neemt de pont. Nèt op tijd, achter je gaat de klep omhoog. Je ziet Sinterklaas voorbij fietsen en maakt nog snel even het telefoontje naar huis af: ‘Ik sta op de pont, ben er zo.’ Om je heen héél veel fietsen en scooters. De pont zwenkt uit naar links. Dan nog linkser, de neus richting IJmuiden. Een binnenvaartschip, denk je nog. Maar dat is dan wel een grote. Je vaart zelfs voorbij Eye.

Het is mij overkomen, gisteren nog: op de verkeerde pont gestapt. Ingeklemd tussen een canta en een rokende scooterrijder, die de scooter lekker laat ronken tijdens de overtocht. Daardoor afgeleid duurt het even voor ik het doorheb. Ik denk ‘Dit is echt Noord’ en zie ineens dat we met de neus de verkeerde kant op gaan. In het donker doemt een lichtende tekst op ‘A place beyond belief’. Ineens stoort de ronkende scooter me helemaal niet meer. Het feit dat ik verkeerd zit ook niet. Ik lach erom. Verkeerd? Bestaat dat wel, de verkeerde pont?  Ik onderdruk de neiging om het thuisfront te bellen dat er iets tussen is gekomen. Na de pont haal ik een lekker broodje, voor het zondagontbijt, om het goed te maken. Het is toch echt ‘beyond belief’ dat je op deze plek zulk lekker brood kunt krijgen?

apbb

Op de fiets fiets ik schuin over de NDSM, op zoek naar die nieuwe brug, die hier hoort te zijn. Daarmee zou ik snel weer in de vd Pekbuurt moeten komen. In het donker is niet precies te zien waar ik moet zijn. Ik houd me maar aan de route die ik ken, langs Pllek, ‘another place beyond belief’. Zeker in de winter vind ik het ongelofelijk dat het er zo stampvol is. Langs de laatste kunstenaars onder de helling, hier en daar brandt licht. Ik stel me hen voor als nijvere dwergen, die onder de grond kloppen op aanbeelden om de prachtigste schatten te maken. Bij hun ateliers een rommeligheid waar ik gek op ben. Wezens uit een tijd ‘beyond belief’, nu Hema en Red Bull hier zijn neergestreken. Over de betonplaten, die verraden dat hier zware industrie heeft gestaan. Dan vind ik hem, de nieuwe brug. Met de brug ben ik mijn oriëntatie pas echt kwijt. Vroeger hoopte ik altijd dat we zouden verdwalen in het bos, als we op zondag gingen wandelen. Nu verdwaal ik op zaterdagmiddag bijna bij mezelf om de hoek. Omdat ik eigenlijk altijd dezelfde route neem, deze is nieuw. Er is een tamelijk leeg camperterrein, hoe ongezellig kan kamperen zijn? Of genieten deze mensen misschien juist – net als ik nu – van het ruige, van het lege, van het gevoel dat het nog niet ontdekt is?

camping

Distelweg – hier moet ik links, maar eerst kijk ik om me heen. Zou die aanlegplaats van het Distelveer nog steeds bestaan? Vraag ik me af. Ooit ben ik daar wel eens geweest op een zomerse dag, toen er nog vrachtwagens met gevaarlijke stoffen overvoeren. Daarna nooit meer. Ik sla rechtsaf. Het Distelwegveer op een zaterdag eind november is bijna surrealistisch. Er is niemand, toch wijst alles op een werkend veer, op grote veerboten. Ouderwetse rood-witte slagbomen. Er loopt ook een meneer, ik wil het weten. Hij spreekt helaas geen Nederlands, Engels ook niet ‘only little bit’. De vraag naar een veerpont begrijpt hij anders dan ik bedoel, geloof ik, van ‘ferry’, maakt hij in zijn hoofd een ‘fairy’. Wat niet zó vreemd is, want op dat moment fietst een meisje voorbij op een fiets van een circusacrobaat met een pluizige lila muts op met poezenoren. ‘No little man here. Too much wind.’ Hij glimlacht, ik ook. De verstandshouding tussen volwassen mensen die het volstrekt normaal vinden om op een totaal verlaten plek naar elfjes te zoeken.

Zou je het kunnen vertalen? Vroeg ik mij af. ‘A place beyond belief’, Het land achter de verbeelding, een plek waar alles mogelijk is, of nog korter: Amsterdam-Noord.

Reacties


ilovenoord