Fysiek zelfbeheer, deel III – De Snoepjesroute

Ik zit net de kijken naar de stoet middelbare scholieren in de pisregen langslopen op weg naar de Dirk van de Broek voor een voedzame lunch als de telefoon gaat. Onbekend nummer. Officieel ben ik niet aan het werk, dus ik laat de beller de voicemail inspreken. Ik versta dat het een boodschap van Ko van Zone 3 is, die graag wou weten waaro precies de afvalbak ter hoogte van Havikslaan nummer 37 geplaatst moest worden. Hoezee, hij is gearriveerd!

Voordat ik de boodschap afgeluisterd heb, gaat de deurbel. Ko van Zone 3 natuurlijk. Nog voordat ik goed en wel opengedaan hebt, steekt hij een heel verhaal af waar ik nauwelijks tussenkom. Of ik gebeld had want buurtmeester Fred enzovoort. Maar goed, waar moet dat ding precies? Ik vond het al heel participatorisch dat ik zo’n bak zelf kon aanvragen en dat ik ‘m zelf mag onderhouden, maar dat ik ook zelf mocht bepalen waar hij komt te staan, daar had ik even geen rekening mee gehouden. Keuzes, keuzes.

Ik word geconfronteerd met een duivels dilemma: aan de overkant van de straat (gemarkeerd met B op de tekening) ligt meestal meer troep op straat, maar dichterbij mijn eigen voordeur (A) scheelt toch ook weer een loopje. Bovendien hecht ik meer belang aan een schone stoep voor mijn eigen huis dan bij de overburen.

Nu ik er zo over nadenk: raar eigenlijk dat er aan de overkant meer zooi ligt, want de terugweg – het deel van het traject waarvan je zou verwachten dat de jeugd zich er zou ontdoen van de nutteloos geworden verpakkingen – ligt aan mijn kant van de straat.

ImageGelukkig kan ik er met Ko goed over praten. Het verschijnsel van de schooljeugd kent hij maar al te goed. Bij zijn andere baan als papiertjesprikker in de buurt van het stadsdeelkantoor kan hij precies zien waar ze hun waar halen: hij hoeft alleen maar het spoor van afgedankte verpakkingen te volgen. De snoepjesroute, in zijn hoogstpersoonlijke vaktaal.

De oplossing waar Ko van Zone 3 uiteindelijk mee komt is even eenvoudig als briljant: de bak kom aan mijn kant van de straat. En als dat niet afdoende blijkt, dan neem ik er toch gewoon nog een?

Ik krijg twee gele rollen  Komo-huisvuilzakken en een haakse sleutel om de bak mee te kunnen openen en sluiten, en daarna gaan Ko en zijn collega aan de slag, pisregen of niet.

IMG_4369 IMG_4372 IMG_4374Als ik twee uur later op de fiets stap om mijn kinderen van hun speelafspraak op te halen, is de eerste buit al binnen. En de zondag erna is ie eigenlijk al vol. Ik rek het nog net tot de volgende woensdag en dan moet ie toch echt geleegd. Een fluitje van een cent, blijkt. Eind goed, al goed dus.

Bedankt, Ko.

Betekent dit nu het einde van dit feuilleton (lees ook deel I en deel II)? Niet per se, want de volgende vragen dringen zich alweer op. Een tweede bak, is dat niet wat te veel van het goede? En wat nou als ik op vakantie ga? Of verhuis? Of verzuim? Of genoeg heb van mijn nieuw verworven status als afvalbakbeheerder?

Nog een idee: een CSI-achtige analyse van de opbrengst van een week, uitgespreid op de keukenvloer, om iets van het mysterie van de onzichtbare gebruiker te ontsluieren.

Reacties


ilovenoord