Mijn vader woont al tijden in Amsterdam-Noord

Mijn vader woont al tijden in Amsterdam-Noord. Zo’n tien minuutjes van de pont, dat bereik je sneller over de Van der Pekstraat, maar wij zijn van oudsher aangeleerd om langs het kanaal te fietsen. We moesten begrijpen dat het mooie aan Amsterdam-Noord hem zat in het vele groen. ‘Natuur’, zei vader. Naja, natuur is wel een groot woord hoor, voor die paar boompjes keurig op een rij. Wel waren er vissers, en die vissers uit Amsterdam-Noord zijn de omweg wel waard. Onbeweeglijk starend naar hun dobbers zitten ze daar. Met de petjes tot over de oren getrokken bibberend in een veel te grote jas. Je fietst ze voorbij en dan kijk je meteen naar achteren en geef je zo’n mooie kaboutersmoel een vette knipoog. Hij voelt zich betrapt, maar is ook tevreden met zo’n korte afwisseling van uitzicht.

Laatst ging ik de oude heer weer opzoeken. Ik nam het pontje van ongeveer 6 uur ’s avonds wat gevuld was met de mensheid. Gewoon, de ‘mensch’, zowel de propvolle canta’s gevuld met overgewicht en mopshond, als jij en ik. Samen naar de overkant. Ja, veel kwamen slechts voor het Filmmuseum en sloegen gelijk linksaf, maar ook een groot aantal  mooie, knappe mannen en concurrenten fietste met mij mee naar het verdere noorden. Ik moest rechtsaf volgens het advies van m’n natuurliefhebbende vader, maar werd rechts ingehaald door een ‘fixie-family’. Vader, moeder, en twee jongetjes met helm. Levensgevaarlijk maar zo belachelijk cool. Ik kon de donders maar moeilijk bijhouden, maar deed het toch, over die dramatische Van der Pekstraat.

Wat een tocht. De familie ging eten bij de ‘Il Pecorino’ dus die verdween van het fietspad. De avondzon streelde de fietsers en als een eenheid schreden we over het fietspad. De gaten (tekenen van leven) ontwijkend, onder hoge oude bomen door, en elkaar constant observerend zag Van der Pek ons gaan. Mijn blik werd gevangen door de etalage van ‘Naice!’. Toen ik weer op die gevaarlijke Van der Pek focuste botste ik net niet tegen een King-Louie-moeder op. Het kindje achterop lachte me uit en stak z’n tong uit. Ik keek schijnboos terug en hij schrok en keerde z’n gezicht weer naar de rug van z’n zachte moeder. Het was een vertrouwd gezicht, en ineens werd m’n hoofd een beetje lichter. De onvrede die ik steeds had gevoeld over de woonplaats van mijn vader vloog weg, en maakte ruimte voor een beetje trots. Wat is Noord opeens mooi. Van opwinding heb ik maar een paar keer flink aan m’n fietsbel gejengelt. Tja. Je moet toch wat.

– ingezonden door Julia Caesar

Reacties


ilovenoord