De Universiteit van de Straat

De Pekmarkt staat! Al twee weken zwoegen de marktmannen -en vrouwen om de nieuwe plek zich eigen te maken. Het is behoorlijk wennen; van een groot marktplein naar een smalle straatboulevard. Passen en meten, schikken en plooien. Maar de geluiden van bezoekers zijn positief  ‘ knus, gezellig zo’, ‘een Albert Cuyp gevoel’, ‘de straat komt tot leven’.

De fervente marktbezoeker hoef ik niet uit te leggen wat deze markt zo bijzonder maakt. Voor diegenen die niet vaak over deze markt struinen, verklap ik het geheim. Het zijn niet alleen de goeie koopjes en de dagelijkse boodschappen waar mensen op af komen. Nee, de kracht van de markt is de mens achter de kraam. Zij maken de markt. Je haalt geen bloemen op de markt, nee je haalt lelies bij de familie Brandse. Je komt voor het laatste nieuws over de showbizz bij Martin van Guapas mode (en zwicht dan voor het trainingspak in tijgerprint die je niet aan je neus voorbij kan laten gaan). Je komt voor de schoenen van Theo. Ja ook omdat je tijdens het afschuimen van de kraam, af en toe echt pareltjes tegen komt, maar (vooral) omdat Theo die blaakt van positieve energie, je even –in alle drukte van het bestaan – je wat verlichting biedt. Of de viskraam van Gerard Tuyp en zijn zonen, waar altijd hordes vrouwen vis kopen. Is het nou die vis of zijn het z’n zonen? Of je komt voor Mohammed met tomeloze inzet de hele dag door buffelt met het uitpakken van dozen en vullen van schappen…(wisten jullie dat hij voorheen een slager was?)

uni-0

Chantal, Loes en Natasja Brandse. De drie zonnebloemen van de markt.

Ja tuurlijk is het niet alleen goud wat er blinkt en is er ook gemopper en getier. Maar de markt heeft iets ongrijpbaars. Ik realiseer me dat de markt uit nuchtere bohémiens bestaan. Vrije zielen, eigen bazen en dwarse geesten. Geen dak boven je hoofd, geen muren om je heen en altijd tussen de mensen. Die vrijheid proef je, daarom kom ik hier zo graag. Theo omschrijft het prachtig: ‘Het is de universiteit van de straat, hier leer je het leven’.

Jan Moll, de kaasverkoper, al 42 jaar staat hij op de markt. Zijn opa was de pionier die ooit met de trein vanuit Huizen z’n geluk ging beproeven met handel in Amsterdam-Noord. Sindsdien is Jan de derde generatie die kaas verkoopt op deze markt. De markt zit in z’n bloed “je krijgt mij niet in een winkel voor geen goud”. Net als Chantal van de bloemenkraam, “ik zou totaal vereenzamen in een winkel, echt. Heerlijk hier tussen de mensen, ongedwongen en spontaan, ik voel me vrij op de markt”.

Ja deze marktlui zijn nuchtere bohémiens. Midden in het leven, tussen de mensen en goed gebekt… ‘maar de klant is altijd Koning’ zegt Mohammed, ‘onthoud dat goed’.

door: Maaike Poppegaai

Reacties


ilovenoord