Noordkronieken: De schoenen van Theo

Categories Noordkronieken

Ooit een balletdanser van 73 gezien? Aan de kop van de Pekmarkt staat er een. Hij heet Theo Dekker en hij verkoopt schoenen. Al vijftig jaar. Sinds 1964 dus: Johan Cruijff debuteerde bij Ajax, de burgemeester heette Van Hall en de stad was ver weg, want de IJ-tunnel werd nog gegraven.

Tegenwoordig is Theo een kleine grijze man met heldere ogen die onophoudelijk op weg is tussen de klanten aan zijn meterslange kraam en de stapels dozen waarin hij de linkerschoenen bewaart. Ik zat laatst even bij hem en keek mijn ogen uit naar die lichtvoetige choreografie. Hij klimt over dozen zonder ze te pletten en rekt zich uit om dat ene maatje 38 tevoorschijn te halen. Echt, een balletdanser is er niks bij. Want Theo heeft nog tekst ook. Elk gesprek over precies de juiste schoen voor precies de juiste prijs wordt een vertrouwelijk onderonsje. Schoenen zijn belangrijk: ze maken je mooier en ze helpen je vooruit. Theo begrijpt dat en zijn klanten voelen zich begrepen.

‘Dit is de universiteit van het leven’, zegt hij. ‘Hier kom je iedereen tegen, en ik kan met iedereen overweg. Behalve met grote mannen…’, knipoogt hij naar een vaste klant, een reus van een kerel, die even later tevreden wegbeent met twee knappe sportschoenen.

Zelf koopt hij restpartijen op bij zijn vaste leveranciers. Zijn duurste schoenen zijn mooie dameslaarzen van €35. Maar over de prijs valt met Theo altijd te praten. Op een dag vroeg een oudere dame of ze een paar herenschoenen mocht lenen. Haar man was overleden en ze wilde hem netjes opbaren. Neem deze maar mee, zei Theo. Een week later bracht ze de schoenen terug. Haar man lag in de kist, op sokken.

Een Afrikaanse vrouw kiest met zorg twee dozen vol schoenen uit. Volgende week vliegt ze naar Lagos, waar ze zelf op de markt staat. Want ook Nigerianen zijn dol op de schoenen van Theo.

‘Ik heb ze allemaal zien komen,’ zegt hij. ‘Eerst de Joegoslaven, toen de Turken, de Marokkanen, de Afrikanen. Geen enkel probleem. Ik heb nooit ruzie. Ook met mijn vrouw niet. We zijn al vijftig jaar getrouwd en nog nooit ellende. Dankzij haar, hoor, want z