Jos de Rooij: Er is een Noorderling heengegaan

Ja, hij speelde elke woensdagavond meezingers in een volle kroeg aan de Zeedijk. En hij had vrienden, oud-studenten en bewonderaars in de hele stad. Maar Jos de Rooij was toch vooral een icoon van Noord.

Vandaag, dinsdag 5 april, kreeg hij een hartstilstand. De ambulance kwam hem thuis ophalen, aan de Hagedoornweg. Maar het was al te laat. De schok is enorm, overal in Noord, bij generaties mensen die hem hebben leren kennen als accordeonist, muziekleraar, zanger, kameraad en strijder. Zodat we ons nu moeten afvragen: wat was het toch, dat Jos de Rooij maakte tot de unieke man die hij is geweest?

Het eerste wat je zag was zijn baard. Een klassieke, lange, grijze baard. De baard van zeebonken, van Babylonische koningen, de baard van Karl Marx.

En dan de accordeon. Daar was hij mee vergroeid. Was hij een virtuoos? Helemaal niet. Maar hij speelde accordeon zoals Ringo Starr de drums of Allen Toussaint de piano. Functioneel en met liefde, elke noot op de juiste plaats, alles in dienst van de muziek. En daarin bestreek hij alle genres die er zijn. Natuurlijk: Aan de Amsterdamse grachten en alle andere Jordanese klassiekers. Maar ook: Engelse pop uit de jaren zestig, Amerikaanse folk, Cubaanse salsa, protestliederen van Brecht en Weill, liefdesliedjes in het Frans. En drie jaar geleden deed hij iets krankzinnigs: hij nam het synthi-klassieke album Tubular Bells van Mike Oldfield nog eens op, maar nu met alle partijen op accordeon.

jos2

En tenslotte die stem. Een ouderwetse stentor: een stem als een klok, een stem voor stadions en massabijeenkomsten. Als Jos de Rooij begon te zingen, in een kroeg, in het winkelcentrum of op een festival, dan stond je stil. Je luisterde. En even later zong je mee. Omdat hij het meende. Jos zong nooit, of alleen met de grootste tegenzin, liedjes zonder ziel. Hij geloofde in de kracht van muziek en hij zong voor een betere wereld.

Bij hem thuis stond de boekenkast vol marxistische standaardwerken. Marx, Lenin en Fidel Castro. In de Nederlandse politiek, met zijn neo-liberalisme en compromissen, had hij allang geen vertrouwen meer. Hem fascineerde Cuba. Ik stond ooit ’s ochtends heel vroeg, om een uur of vijf, met hem op de pont. Hij droeg niet alleen zijn eeuwige accordeon maar ook een reusachtige koffer met zich mee. Waar ga je naartoe, Jos? Naar Cuba, zei hij. Dat deed hij elk jaar. Hij had er een muziekschooltje opgezet, voor kinderen zonder geld. En in die koffer zaten kleren, speelgoed, muziekboeken en instrumenten – alle donaties die hij een jaar lang had verzameld.

Jos was altijd solidair met de mensen aan de onderkant. Dat zat er, zei hij, al vroeg in. Hij werd geboren aan de Albert Cuypstraat. De Pijp was toen nog een buurt waar dagelijks mensen uit hun huis werden gezet en de buren vaak geen gas en licht hadden. Zijn vader kwam uit een arm Joods gezin in de Transvaalbuurt, zijn moeder uit een arbeidersgezin met elf kinderen in de Indische buurt. Tijdens de oorlog kwamen aan zijn vaders kant 72 familieleden om in concentratiekamp Sobibor.

Jos maakte het gymnasium af, studeerde een jaartje natuurkunde, ging toen anderhalf jaar hout sjouwen in Frankrijk, kwam terug en vond een baantje bij de Muziekbibliotheek aan de Prinsengracht. Daar ontmoette hij Jeannette, met wie hij naar Noord verhuisde en twee zonen kreeg: Johan en David. Vanaf zijn 22ste gaf hij 24 jaar lang muziekles. Altijd op scholen met ‘probleemkinderen’, omdat hij vond dat die de muziekles het hardste nodig hadden. Ook nu nog, op de dag dat hij verhuisd is naar de eeuwige jachtvelden, bedanken talloze inmiddels volwassen Amsterdammers hun ‘meester Jos’.

Toen werd hij beroepsmuzikant. In 1983 nam hij al een plaat op met de Naatje Brandhout Band – hij was altijd de eerste om zichzelf niet al te serieus te nemen. Maar van binnen moet hij trots zijn geweest op zijn alsmaar groeiende, veelzijdige vakmanschap. Want zo hebben we hem leren kennen in Noord: hij speelde overal en voor iedereen. In Winkelcentrum Boven ’t Y de meezingers, op bruiloften de verzoeknummers van het bruidspaar, in alle buurthuizen van Noord het wereldrepertoire, op het Noorderparkfestival de instantklassiekers van zijn laatste album Amsterdam Noord, op 4 mei een herinneringslied aan de doden van de oorlog. En overal het nieuwe volkslied van Noord: Aan de zonzij van het IJ.

Dat werd ooit geschreven voor buurtsoap de Wasserette door Jef Hofmeister van het Volksoperahuis en gezongen door Ruud Versteeg, maar Jos maakte het zich helemaal eigen. Hij voegde er zelfs een nieuw couplet aan toe:

De wereld is veranderd, en Noord verandert mee
De huur wordt weer verdubbeld, en het volk betaalt gedwee
De huisbaas gaat straks slopen, d’r worden koopwoningen gebouwd
De bewoner moet vertrekken. Maar waar heen? Dat laat ze koud.

Jos had niks tegen de nieuwe Noorderlingen. Zolang ze maar normaal deden – en zolang hun komst er maar niet toe leidde dat gewone burgers de huur niet meer konden opbrengen. Vandaar dat hij zich met verve stortte in de plannen om huizenblokken in de monumentale Van der Pekbuurt te slopen. Aan de vergadertafels was hij de schrik van mannen in pakken. Met een woordkeuze waar wijlen Marcus Bakker trots op zou zijn geweest prikte hij breed lachend door de wollige formuleringen heen. Het naadje van de kous en boter bij de vis, daar ging het hem om. Niet voor zichzelf, maar voor zijn buurtgenoten.

Jos was altijd solidair met de hele wereld, en de hele wereld woont in Noord. Hij kon met iedereen omgaan, met ome Jaap en met tante Fatima, met kleine Ahmed en met lange Kees.

Gistermiddag zat ik nog met hem te vergaderen in Buurthuis van der Pek, waar hij oneindig veel tijd en liefde in stak. Gisteravond was hij nog het stralende middelpunt van alweer een vrolijke repetitie van de nieuwe Volksopera, deze zomer te zien op het Lupineplein, middenin zijn geliefde Van der Pekbuurt.

Jos de Rooij is onvervangbaar. Die klassieke baard, die accordeon die alles kon, die stem waar iedereen naar luisterde, dat hart voor alle mensen, die twinkeling in zijn ogen als hij in iemand zijn eigen levenslust herkende, de snik in zijn stem die je soms even hoorde als ook hijzelf geraakt werd door een paar woorden van liefde en revolutie in het liedje dat hij zong.

Noorderlingen zijn sterk. Hij wist dat als geen ander. Maar nu moet Noord verder zonder Jos. En vanavond weet ik heel eventjes niet hoe.

de foto van Jos is van Jitske Schols

Reacties


ilovenoord