Tom Tossijn: afscheid van TOP Amsterdam Noord

Tom Tossijn was vanaf het begin, negen jaar lang, voorzitter van het Toeristisch Ondernemers Platform Amsterdam Noord. Nu nam hij afscheid. Ik mocht hem toespreken. Toen hij begon was de IJ-Kantine net geopend. Mede dankzij levensgenieter Tom Tossijn kunnen toeristen nu overal in Noord van het leven genieten.

Favoriete plek van Jitske. Op de Buikslotermeerdijk, bij de vluchtheuvel, kijkend in de richting van het Waterlandplein.

Toeristen trek je niet meer naar Noord door ze voor te houden dat dit een charmant, tikje onaangeharkt oasetje van groen en rechttoe-rechtaan gastvrijheid is aan de overkant van het water. Je trekt ze niet meer door te verklappen dat die witte vlek op de stadskaart eigenlijk vol kleine verrassingen zit. In 2016 hoef je ze eigenlijk helemaal niet meer te trekken. Ze zijn er al. De pont is ingeburgerd als gratis stadsattractie, Eye is de favoriete locatie voor de tweede dag van een stedentrip naar Amsterdam, de toren Adam maakt nu al internationaal furore.

De echte vraag is nu: als ze er toch zijn, waar neem je ze dan mee naar toe, hoe verspreid je ze over alle aantrekkelijke locaties, hoe ontvang je ze? Het antwoord is: Tom Tossijn. Om precies te zijn: alle eigenschappen van Noord waar Tom de verpersoonlijking van is.

Dat begint met een goed humeur. Als je geen Van Gogh museum of Anne Frank huis in de aanbieding hebt, dan moet daar in elk geval een brede grijns tegenover staan, die zomaar kan ontaarden in een daverende bulderlach. Die zien ze niet aankomen, de toeristen die in een dappere bui, wiebelend op hun huurfietsen, besloten hebben die rare lappendeken voorbij Eye te doorkruisen op zoek naar wat ze beloofd is: echte Hollandse koeien in de echte Hollandse weilanden van Waterland. Als ze dan eenmaal hopeloos verdwaald zijn, want dat doen ze onvermijdelijk, en lichtjes radeloos afstappen op een hoek van de Volendammerweg of de IJdoornlaan, om zich heen kijkend aan wie ze de weg kunnen vragen, dan komen ze al gauw terecht bij een rondborstig type als Tom, die twee keer zo groot is als de gemiddelde Japanner maar die je desondanks wel durft aan te spreken vanwege die pretlichtjes in zijn ogen. En als je hem dan je VVV-plattegrond voorhoudt of de routeplanner op je mobieltje en krakkemikkig uitspreekt dat je op weg bent naar Zun-der-dorp of Broek-in-water-land, dan krijg je die bulderlach. Als je voor die tijd nog niet van je fiets was gevallen dan gebeurt het nu alsnog. Van schrik. Van die schaterende reus – die je intussen netjes overeind helpt. Welkom in Noord.

De volgende stap is taal. De lachende man blijkt ook nog eens te kunnen praten. En hoe. Niets zo fijn voor een verdwaalde toerist als iemand tegen te komen bij wie je de informatie er niet hoeft uit te trekken, stamelend en verontschuldigend, maar die gewoon meteen begint te ratelen. Zodat je niet alleen het antwoord krijgt op wat je vroeg maar nog veel meer. Onverwacht veel meer, nieuwtjes en tips waar je geen vermoeden hebt, in drie of vier talen tegelijk als het moet, het een nog aanlokkelijker dan het andere. Noorderlingen kunnen goed praten en dat doen ze ook graag. Voor toeristen is dat een enorm voordeel, na de slordige barista’s en blasée tuthola’s van de overkant. Hier in Noord zijn mensen nog niet zo toeristenmoe, dus als je ze eenmaal durft aan te spreken krijg je alles te horen wat je weten moet, gratis en voor niets, met nog wat ongevraagde levenslessen op de koop toe.

Daarbij helpt het als je een beetje kan overdrijven. Niet uit bluf of onoprechtheid, maar gewoon uit enthousiasme. Want je weet zelf, zeker als je hier bent opgegroeid en al jaren woont, dat café ’t Sluisje of Noorderlicht, museum Amsterdam Noord of het Purmerplein, het Zonnehuis of Durgerdam, echt ontzettend leuk zijn, absoluut, maar ook weer geen wereldwonderen. En dat is toch waar al die dapper op hun fietsjes wiebelende toeristen in Noord stiekem op hopen: wereldwonderen die niemand kent. Dus ja, een Hollandse koe in een Hollands weiland is leuk, maar het blijft toch een beest in het gras, niet meer en niet minder – terwijl je die toeristen toch die kant op wil hebben, een tocht waar ze al gauw een dag over doen, zodat ze onderweg ook nog het nodige consumeren en misschien zelfs besluiten om ook maar meteen te overnachten in een van de pittoreske b&b’s, in plaats van nog diezelfde avond terug te wiebelen naar het Rembrandtplein. Een beetje overdrijven dus, op zijn Tossijns: geen woord gelogen maar wel zo smakelijk opgedist dat je spontaan zin krijgt om nog een uurtje of wat te verdwalen in Nieuwendam Noord of de Banne voordat je uitkomt waar je wezen moet.

En je moet je geschiedenis kennen. Want het echte geheim van Noord is dat wat je niet ziet. De verhalen erachter. De dingen die er gebeurd zijn, de mensen die er geleefd hebben, de gebeurtenissen die zo mooi de Nederlandse geschiedenis weerspiegelen, heel compact, vaak op de vierkante meter, maar zo illustratief voor alle veranderingen waar onze hoofdstad de afgelopen eeuwen doorheen is gegaan. In het centrum hoef je die geschiedenis niet op te zoeken: daar ligt ze voor je uitgestald als in een museum voor analfabeten, zo hapklaar, zo niet over het hoofd te zien. In Noord ligt dat anders. Hier moet je de verhalen erbij vertellen, anders loop je zomaar de meest historische plekjes voorbij. Dat ze in de Tolhuistuin eerder electriciteit hadden dan in de Jordaan. Dat de Meteorenweg in 1960 onder water stond. Dat Plan van Gool een visionair stedenbouwkundig experiment was. Dat er niet 1 kraan stond maar 2, op de NDSM Werf, en dat daar echte mammoetschepen van de hellingen rolden. Dat er in het museum mensen onder de douche stonden. Dat het Paard van Noord vroeger het halve stadsdeel van beton voorzag. Dat er achter die kleine gedenksteen vroeger een heel kamp lag, waar zeker 200 Turkse gastarbeiders woonden. Dat er in zo’n piepklein huisje aan de Distelvoorstraat tijdens de oorlog dag in dag uit de Waarheid werd gestencild. Die verhalen moet je erbij vertellen, wil je dat al die op het eerste gezicht onopmerkelijke straten en buurten van Noord tot leven komen. En dat vraagt om een bijna encyclopedische kennis, om het vermogen de kleinste feiten te onthouden en kleur te geven, zodat ze bij elkaar het verhaal gaan vertellen van het echte Amsterdam, het Amsterdam van de gewone man en vrouw, het Amsterdam waar niet alleen niet alleen roemruchte zeevaarders en briljante schilders woonden, maar ook arbeiders en klerken en voetballers en huisvrouwen en nozems en sjacheraars en al die andere mensen die van een stad een stad maken.

En uiteindelijk ben je natuurlijk ook nog eens ondernemer. De kachel moet branden, anders hou je die gastvrijheid niet vol. In Noord is de economie van de gastvrijheid nog best overzichtelijk. Het gaat nog niet om nauwelijks te beheersen mensenmassa’s, bijna nergens staan lange rijen, handje contantje werkt vaak beter dan creditcard, als je ergens moet reserveren gaat dat meestal per telefoon ook wel, zodat je niet ingewikkeld online hoeft in te loggen. Nog wel. Want de Adam toren gaat open, de Noord-Zuid lijn heeft zijn eerste proefrit gemaakt, die brug gaat er komen, op het Buikslotermeerplein 2.0 staat straks echt wel een Pathé. Noord hoeft, kortom, binnenkort niet meer zijn eigen toeristengidsen te produceren, we staan nu al steeds vaker gewoon in de groot-Amsterdamse, en de aantallen bezoekers, overnachtingen, diners, verkochte kaartjes, gehuurde fietsen, die gaan alleen maar stijgen. Dus de vraag wordt alleen maar dwingender: waar neem je de toeristen mee naar toe, hoe verspreid je ze over alle aantrekkelijke locaties, hoe ontvang je ze?

Als we het credo van Tossijn volgen blijft dat gebeuren op zijn Noords: samen optrekken, communicatie delen, geen geforceerde concurrentie tussen alle grotere en kleinere initiatieven om het onze bezoekers naar de zin te maken. Het netwerk van ondernemers dat de afgelopen jaren is gegroeid en alsmaar blijft groeien kan de toenemende toeristenstroom alleen maar aan als ze samen blijven werken en samen hetzelfde verhaal vertellen over Noord: een stukje stad waar je alles kan vinden wat Amsterdam uniek maakt: de schaterlach, de sappige verhalen, de lichte overdrijving, de geschiedenis achter elke straathoek, de gezonde ondernemersgeest – en ja, uiteindelijk ook echte Hollandse koeien in echte Hollandse weilanden.

Reacties


ilovenoord