Mooie dingen (en wat Noord eraan overhoudt)

Is kunst goed voor de werkgelegenheid? Houden mensen er een baan aan over, profiteren lokale ondernemers mee? In Noord is dat een belangrijke vraag. Niet omdat goede kunst op zichzelf niet mooi genoeg is. Kijk maar eens naar de herontdekte ontmoetingsplek van Shinkichi Tajiri in Plan van Gool: een wonderbaarlijk rustpunt van rechte en ronde, klimmende en dalende witte stenen midden tussen die strakke flats.

Maar wel omdat kunst de kanarie kan zijn in de kolenmijn van de gentrificatie. Culturele bedrijvigheid trekt nieuwe bewoners en projectontwikkelaars aan. Zodat mensen en huizen die er al eerder waren moeten wijken. Kunst die eerst een buurt tot leven brengt kan later diezelfde buurt om zeep helpen.

Ik weet dat veel kunstenaars en culturele instellingen die Noord zijn nieuwe artistieke élan geven het niet zover willen laten komen. Ze willen dat hun omgeving niet alleen schoonheid en plezier overhoudt aan hun activiteiten. Maar ook werk en geld. Om de band met de buurt nog verder te versterken. Niet later, maar nu.

Ik deed een steekproef bij de CultuurTafel Noord, de coöperatie van culturele instellingen: hoeveel mensen uit Noord werken er bij jullie, bij welke bedrijven in Noord nemen jullie diensten en goederen af?

Bij de 23 organisaties die meteen reageerden werken 138 Noorderlingen: nieuwe, oude, fulltime of parttime. Koploper: Pllek, met 35, op een totaal van 130 werknemers. Ongeveer 1 op 4 dus, en dat is over de hele linie het gemiddelde. De Tolhuistuin is een goede tweede, met 34. (Tellen we alle onderhurende partijen op het terrein mee, dan klimt dat aantal nog.) Van de andere grote instellingen heeft EYE 13 Noorderlingen in dienst en moet de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, sinds kort met een paar afdelingen gevestigd in het oude Grootlab, zijn weg nog vinden: 2 Noorderlingen.

Een teken van gentrificatie kan zijn: er werken meer nieuwe Noorderlingen dan oude. Nieuwkomers dus die arbeidsplaatsen innemen die anders misschien waren vervuld door mensen die hier geboren of opgegroeid zijn. Maar waar leg je die grens?

Bas Kok, schrijver van ‘Oerknal aan het IJ’ en mede-initiatiefnemer van het Paard van Noord:

De tweedeling oude en nieuwe Noorderlingen vind ik een lastige. Bij ons ging het een paar keer om cateringwerk, en een paar keer om een architectonische en bouwtechnische ontwerpklus. Dat waren in de meeste gevallen oude nieuwe Noorderlingen (hoger opgeleid, maar wel zo’n 20 jaar in Noord wonend). Ikzelf ben ook een oude Noorderling, maar niet lager opgeleid enz. Daarentegen zijn mijn ouders en familieleden wel meest lager opgeleid. Ben ik dan een oude of een nieuwe Noorderling?

Anne-Mariken Raukema van OBA Noord trekt heel gedecideerd de grens in 2008. De mensen die daarvoor in dienst kwamen (19) noemt ze ‘oud’, de andere 9 ‘nieuw’. Van die 28 werken er trouwens 10 op een vestiging in Noord, de anderen verspreid over de stad.
Als we 2008 aanhouden tel ik bij deze 23 instellingen 50 oude Noorderlingen en 39 nieuwe. Dus ja, nieuwe creativiteit trekt nieuwe mensen over het IJ. Maar creëert ook werk voor mensen die hier al woonden.

Niet alleen betaald werk, ook liefdewerk. Historisch Centrum Amsterdam Noord spant de kroon: 6 actieve bestuursleden, 18 trouwe medewerkers, allemaal uit Noord, allemaal vrijwilliger. Museum Amsterdam Noord volgt op de voet: 18 vrijwilligers, zowel oude als nieuwe Noorderlingen. Maar bij veel andere grote en kleine organisaties vind je ze ook: bij EYE, FramerFramed, Tolhuistuin, Percesyl, Over het IJ, DAT! School etc. Mag je vrijwilligers zien als een teken van acceptatie door de buurt? Ik denk het wel.

Kunst die de connectie zoekt met de buurt zorgt ook voor inkomsten in de buurt. Vrijwel alle culturele organisaties hier maken er een punt van hun goederen, apparatuur, diensten en catering in Noord te betrekken. Vaak gewoon omdat het praktisch is, natuurlijk, maar er zit ook een element in van: wees loyaal, koop lokaal.

EYE doet vanaf de opening zaken met Bouwmaat en Gunters & Meuser. De was brengen ze naar Wasserette de Roos in de Van der Pekstraat, en ze zijn de enige niet. EYE, Nieuw Dakota en TENT huren techniek in bij BeamSystems. Affiches, flyers en t-shirts komen van Imago Printing, Textieldrukkerij Amsterdam of (voorheen) Simpel de Beste. Nancy Wiltink van Tuin aan Zee bouwde haar b&b helemaal met materiaal uit Noord. Het gereedschap komt natuurlijk van Burger – net als alles wat ze bij Museum Amsterdam Noord nodig hebben om tentoonstellingen te bouwen. Restaurants als Pllek en THT halen veel van hun kaas, brood, wijn, bier en vlees uit (landelijk) Noord. Ilco van der Linde van het Mandelahuisje is daar heel precies in: ‘De schapenkaas komt van de Dikshoeve uit Ransdorp, de honing van Fero uit Durgerdam, de ossenworst en gegrilde kipworst komt van Khadour in de Vogelbuurt, de chutney komt van de Wilde Chutney, een bedrijfje van twee vrouwen die (wild) fruit uit Noord plukken en tot chutney maken. En o ja, zij leveren nu ook de jammetjes voor bij de ontbijten.’ (Trouwens, schrijft Ilco: sinds zijn dochter Dunya ging keepen bij Kadoelen werd het meidenteam achter elkaar kampioen. ‘Telt dat ook mee?’)

Bijna alle aannemers die het onderhoud verzorgen op de NDSM-Werf komen uit Noord. En bijna iedereen vindt zijn schoonmaker in Noord. Voor de nu al legendarische Volksopera Van der Pek kwam alles en iedereen uit de buurt. Paul Vonk schrijft: ‘Verder hebben de horeca ondernemers op de voorstellingsdagen flink bezoek gehad. En is de avondwinkel geplunderd. Geen wereldbedragen maar wel een hoop sociale winst.’

Opus One, de exploitant van het Zonnehuis, werkt uit volle overtuiging met de winkeliers rond het Zonneplein. Maarten Voogel, zakelijk leider en nieuwe bewoner van Buiksloterham, brengt dat gedetailleerd in kaart. Voorbeeld: ‘Yvonne’s Vispaleis levert bij ons cast en crewmaaltijden, en bittergarnituur en happen na afloop van premières of speciale voorstellingen. Acteurs, technici en andere betrokkenen lunchen daar regelmatig. Geschatte omzet per jaar vanuit het Zonnehuis gegenereerd: €3.000,-‘ In totaal zorgt de producent van o.a. de triomfmusical Todd Sweeney voor een geschatte jaaromzet van €30.000 bij Bentley’s giftshop en bloemenwinkel, Tabaksspeciaalshop Ekels, Bakkerij Isken, Kaashuis de Reuver en Lokaal Spaanders. ‘Deze cijfers,’ schrijft Voogel, ‘zijn exact te onderbouwen. Ze geven een beeld van hoe belangrijk culturele publiekvoorzieningen voor een buurt zijn. Joop van den Ende heeft van Scheveningen (25 jaar geleden een wegkwijnende badplaats) door de overname en bespeling van Het Circustheater weer een bloeiende plek gemaakt.

Wij laten zien dat de revitalisering van een wijk met haar eigen probleemstelling en maatschappelijke achterstand niet in betere handen kan zijn dan van culturele ondernemers met haalbare initiatieven.’

Duidelijk is dat de nieuwe culturele golf in Noord niet alleen schoonheid maar ook werk en geld oplevert. En die gentrificatie? Volgens Bas Kok is in Noord nog steeds 70% van het woningbestand sociale huur, is er nog steeds veel armoede en criminaliteit en zijn er 9 zwakke scholen. Een citaat uit ‘Oerknal aan het IJ’:

Terug naar die ene vraag: is in Noord daadwerkelijk sprake van gentrificatie? De Volkskrant en andere media beschrijven Noord de afgelopen jaren als voorbeeld van dit fenomeen. Toch wijzen de feiten niet in deze richting. Bureau Onderzoek + Statistiek van de gemeente rangschikt Noord steevast bij de zwakke wijken. Als er een continuüm bestaat met aan de ene pool gentrificatie en aan de andere kant segregatie, dan zit Noord tegen deze laatste aan. Noord heeft van alle stadsdelen het hoogste percentage sociale huurwoningen. Uit onderzoek van Cody Hochstenbach en Van Gent (2015), die Amsterdam bewust maken van de gevaren van gentrificatie, blijkt dat in Noord geen sprake is van het type verdringing zoals in Oost, Zuid en West. Ook uit het gemeentelijk jaarboek van Bureau OIS (november 2015) blijkt het tegendeel. In grote delen van Noord is sprake van daling van de huizenprijzen, terwijl gentrificatie juist gepaard gaat met grote stijging.

Nog geen yuppenparadijs dus. Nog geen verdringing. Zo hard gaat die verandering dus niet in Noord. Nog niet. Misschien, heel misschien, blijkt al die nieuwe kunst en cultuur in Noord wel een kracht die de klassieke gentrificatie afremt en de bestaande gemeenschappen versterkt. Uit mijn totaal onwetenschappelijke steekproef spreekt in elk geval de betrokkenheid van de creatieve sector in Noord: ze zorgt niet alleen voor mooie dingen in de buurt, maar ook voor werk en geld.

Een kortere versie van deze kroniek verscheen op 13 juli in de Echo.

Reacties


ilovenoord