Een legende aan het Mosveld

Hun appartement kijkt uit over het nieuwe winkelcentrum. Aan de muur hangen foto’s van Michael Jackson en Muhammad Ali. De jonge ouders staan graag aan het raam wat te mopperen over die scheve torentjes op het Mosveld. Ayra draagt haar dochter Effie van zeven weken op de arm.

Tot zover niets aan de hand. Alleen: haar verloofde, die goedlachse spraakwaterval met het ringbaardje, is een legende. Tien jaar geleden maakte hij furore in het Amerikaanse poetry-circuit. Hij verscheen zes seizoenen lang in Russel Simmons’ Def Poetry Jam op HBO en won de Tony Award op Broadway. Hij trad op met The Roots en Mary J. Blige. Over zijn debuut-album schreef Allmusic: ‘Dit is het schoolvoorbeeld van hoe je gedichten neerlegt op hardcore rap beats.’ Op het podium is het alsof zijn hart vleugels krijgt. In duizelingwekkende vaart jaagt hij zijn rijmende zinnen de hoogte in. Maar elk woord blijft verstaanbaar. En elk woord is raak. Hij predikt liefde en bescheidenheid. En hij gaat tekeer tegen iedereen die zijn principes uitverkoopt. Zijn motto: We live in a beautiful world where ugly souls push the buttons. We leven in een prachtige wereld waar kwade geesten aan de knoppen zitten.

De wereld kent hem als The Legendary Black Ice. In het dagelijks leven heet hij Lamar. Ruim een jaar geleden kwam hij voor de liefde naar Amsterdam en nu kent hij geen groter plezier dan wandelen in Noord. ‘Echt, ik vind hier alles wat ik zocht,’ zegt hij als we door het winkelcentrum lopen. ‘De mensen zijn hier zo divers. En ze zijn altijd in beweging.’ Hij slalomt tussen de fietsers door naar de overkant. ‘Niet zo jachtig als in New York, maar ze hangen ook niet lamlendig op straat, zoals in Philadelphia waar ik ben opgegroeid.’ Hij groet een klerenkast van een Surinamer, die hij kent van de sportschool. ‘Alles goed?’ Het winkelcentrum vindt hij niet speciaal mooi. ‘Maar de mensen die er werken zijn zo aardig. Als ik de Deen binnenloop groeten ze me altijd, bij de Genco feliciteerden ze ons toen Effie geboren was. En hier,’ hij wijst naar boven, ‘zingt een vrouw op zomeravonden de prachtigste aria’s uit het open raam.’ Hij knielt en strijkt met zijn vingertoppen over de straatstenen. ‘Dit vind ik echt ongelooflijk. Ik heb hem de hele zomer zien werken, de oude stratenmaker met zijn kniestukken, geknield in het zand. Steentje voor steentje legde hij voor ons neer. Dat zie je in Amerika nergens. Ja, ik weet dat Noord ook donkere kanten heeft. Maar dit is geen politiestaat. Hier heb je keuzes als je opgroeit. Je hoeft de misdaad niet in. Ik was op zoek naar schoonheid, vooruitgang en vrede. Daarom is Noord voor mij thuis.’

Black Ice 1

openingsfoto: Black Ice in Philadelphia

Deze Noordkroniek verscheen eerder in de Echo van 28 februari 2017

Reacties


ilovenoord