Jos de Rooij, een jaar later

Op 5 april was het een jaar geleden dat de troubadour van Noord plotseling overleed. Iedereen in Noord kende Jos de Rooij. Hij zong smartlappen en strijdliederen, in het winkelcentrum en in de kroeg, hij was marxist en mensenvriend, hij hield zoveel van het leven dat het kleinste onrecht hem pijn deed. Zijn accordeon was zijn beste vriend.

Op het Mosveld is een gedenksteen voor hem neergelegd. Er omheen is een nieuw winkelcentrum gebouwd. Jos had er liever een muziekschool gezien dan een supermarkt, maar met zijn plaats voor de ingang van de nieuwe bibliotheek had hij vast wel kunnen leven.

Alleen: hij leeft niet meer. En zijn vertrek heeft een gat geslagen. Dat kan iedereen die hem kende je vertellen. Ik merk het zelf ook nog vaker dan me lief is.

Buurthuis Van der Pek, waar ik aan meewerk, is een mengelmoes van talen en culturen. Het draait helemaal op buurtbewoners en andere vrijwilligers. Toen de zaak dreigde te sluiten stak Jos veel energie in de heropening. Nog altijd heet de vrijdagavond Eetclub Jos de Rooij: een driegangendiner voor €7. In zo’n multicultureel huis krijg je al gauw spraakverwarringen en misverstanden. Maar niet met Jos in de buurt. Hij kon met iedereen overweg, was tegen tante Fatima net zo recht voor z’n raap als tegen ome Henk, en als iemand moeilijk deed kreeg die van Jos een arm om zijn schouder of een donderspeech.

Als ik ergens, in de Tolhuistuin of het Noorderpark of het Zonnehuis, iets organiseerde waarbij ik muziek nodig had waarvan iedereen met beide benen op de grond bleef staan maar met het hoofd in de wolken, dan belde ik Jos. Zijn eerste vraag was altijd, met dat goocheme lachje: Wat schuift het? Hij moest ervan leven, tenslotte. Maar als het gratis moest stond hij er ook.

Als ik geschiedenisles nodig had vroeg ik het aan Jos. Omdat hij niet alleen de namen en jaartallen kende, maar ook de mores waar Noord op is gebouwd. Het geklungel van de kleine man en de schijnredeneringen van de hoge pief, maar ook het harde werk en de zorg voor elkaar.

Meer nog dan de muziek mis ik de man. Als onze premier zegt dat we normaal moeten doen, verwijzend naar een Holland dat niet bestaat en nooit heeft bestaan, dan denk ik aan Jos. Want die was écht normaal. In de betekenis van: evenveel aandacht voor iedereen, ongeacht afkomst of maatschappelijke positie, wars blijven van ijdelheid maar wél staan voor je overtuigingen, niet de makkelijke weg kiezen maar wel de eerlijke, zorg dragen voor je buurt maar niet vergeten dat we in een grotere wereld leven – en als het even meezat, nog een moppie op de accordeon.

jos-01

Deze Noordkroniek lees je ook in de Echo van 19 april

Reacties


ilovenoord