Dodenherdenking Nieuwendam

Op het Purmerplein, het mooiste plein van Noord, lopen de herinneringen rond. Ze lopen in vrijheid door de straten, ze duiken op in de woonkamers en slaapkamers, ze staan achter je in de rij bij de bakker. Soms zijn ze heel oud, die herinneringen: niet meer zo scherpomlijnd, in de loop van de tijd nogal eens van gedaante veranderd, steeds glimmender opgepoetst of juist zo verwaarloosd dat er gaten in zijn gevallen. Soms zijn ze nog jong, nog bijna springlevend, de kleuren en geluiden zo helder dat je maar een paar stappen hoeft te zetten en je staat er weer middenin. Herinneringen zijn geen spoken. Ze zijn voorbij maar ze bestaan echt. Ze kiezen zelf het moment dat ze bij je op bezoek komen. En ze besluiten zelf wanneer het tijd is om zachtjesaan te verdwijnen.

Ook momenten waar niemand anders is bijgeweest, momenten die niemand kan navertellen, kunnen uitgroeien tot herinneringen die van generatie op generatie worden doorgegeven. Er was niemand bij Krijn Breur in zijn cel, die avond voor zijn executie op de Leusderhei, waar hij op 5 februari 1943 samen met 19 anderen werd doodgeschoten door de bezetter. Breur was als 19-jarige gaan vechten voor de Internationale Brigade tijdens de Spaanse burgeroorlog. In 1938 kwam hij terug naar Noord, gewond en van zijn staatsburgerschap ontdaan. Tijdens de Duitse bezetting verspreidde hij de Waarheid, ving Joodse onderduikers op in zijn huis en liet tijdbommen exploderen in ammunitie-opslagplaatsen en Wehrmachtgarages. Op 19 november 1942 werd hij gearresteerd. Die nacht in zijn cel schreef hij een laatste brief aan zijn vrouw Aat en hun twee jonge kinderen. Werk en heb lief. Vecht en win. Leef, leef allen en wordt groot. Ook zijn vrouw en kinderen waren opgepakt. Hij schreef zijn brief zonder te weten waar ze waren, of ze nog leefden, of ze de brief ooit zouden ontvangen. Hij wist niet dat ze die nacht nog geen twintig meter van hem vandaan waren, in een andere cel in dezelfde gevangenis.

Er was niemand bij hem. Maar zijn brief is nog altijd te lezen, op het bezinningsmonument aan het Purmerplein. En de herinnering aan Krijn Breur staat vanavond tussen de mensen, aandachtig luisterend, met zijn rossige krullen en de onafscheidelijke pijp tussen zijn lippen. Hij staat naast de herinnering aan zijn vrouw Aat, hun dochter Dunya en zoon Wim. Zometeen lopen ze weer naar huis, of misschien lopen ze eerst nog even om, naar de herinnering aan café-biljart de Purmer, waar nu de apotheek zit.

Ze lopen weer naar huis. Maar weten wij eigenlijk waar ze wonen, de herinneringen die tussen ons in staan, die geen twee maar soms al tweehonderdduizend minuten stilte in acht nemen? Ze wonen waar ze willen. En ze betalen geen huur. Krijn Breur niet, opa Theo niet, Els van de hoek die op wie je zo verliefd was niet, Mehmet de eerste Turk in de straat niet, Jaap de snelle jongen van wie je een tweedehands auto kocht die er al na twee maanden de brui aan gaf niet, Margarita de schoonmaakster van wie je altijd vergat of ze nou uit Chili kwam of uit Colombia en die na drie jaar opeens verdwenen was niet, Aat en Dunya en Wim ook niet. Ze zijn er allemaal nog, glimmend opgepoetst of ernstig verwaarloosd. In ons midden. En wij zijn het die de huur betalen, aan hen, aan onze herinneringen. Het herinneren is de huur die wij betalen aan het leven. Met elke herinnering weer. Omdat ons leven anders leeg zou zijn, geen grond onder de voeten zou hebben, geen geschiedenis om een toekomst op te bouwen.

 

Deze tekst werd uitgesproken bij de dodenherdenking in Nieuwendam op 4 mei 2017.

Hij is ook te lezen in de Echo van 10 mei.

Reacties


ilovenoord