Het nieuwe Van der Pekplein

Het is een verademing. Het is charmant en behaaglijk. Als je een witte dertiger of veertiger bent. Als je net in Noord woont of er even op bezoek komt. Als je geld op zak hebt. Als je houdt van rode luifels.

De grens tussen de stad en Noord is weer opgeschoven. Niet meer het IJ, met het niemandsland van Shell als bufferzone. Niet meer de oever, met de Tolhuistuin, Eye en A’dam. Het vernieuwde Van der Pekplein is nu de grens.

Tien jaar geleden stond de ene helft vol struiken en twee bankjes. Wijkagent Mario Hegger kende de jongens die er hingen als kleuters al. De laatste bewoners kregen van Ymere een verhuispremie om ruimte te maken voor de renovatie. Op de andere helft werd de begane grond vrijgemaakt voor Noordjes Kinderkunst, de Taartrovers, de Verhalenwinkel, Bed & Brek Van der Pek: vriendelijke initiatiefjes, goed voor de kinderen en de werkgelegenheid in de buurt. De struiken maakten plaats voor lange halfronde banken. Je kon op het plein zitten zonder geld uit te geven.

Ik was toen net begonnen met de opbouw van de Tolhuistuin. In 2008 kwam ik in de Van der Pekbuurt wonen. Ik zag de buurt gestaag opknappen en werkte er ijverig aan mee. Vanuit de Tolhuistuin organiseerden we buurtsoap de Wasserette en Winters Binnen, het festival in winkels, kroegen en huiskamers. Ik mocht kunstenaars aandragen voor een tijdelijk verblijf in de leegstaande woningen. Ymere en het stadsdeel investeerden constant in de buurt, voor én na de strijd van buurtbewoners tegen de sloop en voor het recht op terugkeer na de renovatie. Die strijd wonnen ze. En al die tijd heerste bij iedereen de overtuiging dat dit een buurt moest worden waar iedereen welkom was, elkaar leerde kennen – een voorbeeld voor Amsterdam.

Sindsdien is er hard gewerkt. Door aardige mensen met hart voor de buurt. Ondernemers zo gastvrij als Mick (Il Pecorino) en Mike & Kees (Café Keppler) vind je zelden. Als het even kan zoeken ze hun personeel in Noord. Peter Blonk van Ymere heeft er van begin tot eind ziel en zaligheid in gestoken. En toch. Niemand was er op uit, integendeel, maar: als je wil zien waar gentrificatie overgaat in segregatie moet je hier zijn. Ome Ali en tante Alie komen hier niet. Die snappen heel goed dat hun territorium ophoudt op bij de markt. Omgekeerd gaan Pepijn en Janneke niet naar Eetcafé No. 1 aan het Mosplein, van de al even gastvrije Levent.

En dat is nog niet alles. De brug vanaf Overhoeks vraagt om een elegantere landing dan de sociale huurwoningen aan de Laanweg. Als je vanaf het plein kijkt zie je meteen: die passen opeens niet meer in het plaatje. Maurits de Hoog ziet dat ook. De stedenbouwkundige en projectleider van Sprong Over het IJ, ook al zo’n slimme en aardige man, heeft grote plannen. Ga eens kijken naar zijn maquette, achterin het Tolhuis. De huurwoningen zijn weg. Aan de Laanweg moet iets verrijzen met de allure waar het nieuwe plein om vraagt.

Dit is een als cadeau verpakt probleem. De beste koffie, pizza, kaas, pasteitjes, broden en bloemen van de stad vind je nu op het Van der Pekplein. Vooralsnog is er niet gekozen voor Starbucks of Bagels&Beans. Maar de verschillen die Noord Noord maken zijn weggepoetst. Als we niet uitkijken staat er straks op de uniforme rode luifels: dit plein is er niet voor iedereen. De volgende keer dat ik er een zomeravond doorbreng zal ik me sufpiekeren. Kunnen we hier nog iets aan veranderen? Waarom zijn al die uiteenlopende Noorderlingen die er de afgelopen tien jaar zijn betrokken bij al die uiteenlopende initiatieven ineens, nu het erop aankomt, niet zichtbaar op het plein? Waarom kan een plein geen plek meer zijn waar je kan zitten zonder geld uit te geven? Of moeten we ons erbij neerleggen dat dit de toekomst is van Amsterdam: dat we met zijn allen heel hard werken om precies het tegenovergestelde te bereiken van wat we wilden?

Reacties


ilovenoord