Dat zebrapad aan de overkant

Hoe zit de Amsterdammer van tegenwoordig in elkaar? Neem de pont vanaf het IJplein. Je steekt er ontzettend veel van op. Vooral aan de overkant.

Als de klep omlaag piept schuifelt iedereen naar voren. Omdat wij naar rechts moeten staan de voordringers meestal aan de linkerkant klaar. Voordat wij eraf zijn willen zij de pont al op. Voordringers zijn grappige wezens. Wat drijft ze toch? De electronische klok geeft aan: 3 minuten. Tijd genoeg. De pont gaat nergens naartoe. En toch hebben ze haast. Ze doen alsof ze ons niet in de gaten hebben en sjouwen recht vooruit. Net zo grappig zijn de pontgangers die ze doorhebben en zich breed maken. Zodat de voordringers er niet doorkunnen. Allebei Amsterdammers. Allebei opeens blij dat ze hun recht kunnen laten gelden. Alsof ze daarom alleen al de pont nemen. Om iemand anders te kunnen laten merken dat ze niet met zich laten sollen. De gekrenkte rechtvaardigheid spat ervan af. Aan beide kanten. Maar echt uit de hand loopt het zelden. Daarvoor zijn drie minuten te kort.

Vanaf de pont moeten we allemaal rechtsaf. De fietsers, brommers en Canta’s komen dan op de weg achter Centraal Station. De voetgangers nemen de loopbrug naar het zebrapad. En daar wordt het spannend. Want nu komt iedereen elkaar opnieuw tegen. Alleen: nu moeten ze ergens naartoe. En niet in dezelfde richting.

Je hebt voetgangers die pontificaal het zebrapad oversteken. Met de uitstraling van iemand die alle recht van de wereld heeft. En niet kan wachten tot hij daarin wordt dwarsgezeten. Wat natuurlijk meteen gebeurt. Want Amsterdamse fietsers en brommers doen niet aan zebrapaden. En dus: bijna-botsingen, op het nippertje ontweken calamiteiten. Scheldpartijen in het voorbijgaan.

Je hebt voetgangers die wachten. Die aarzelend om zich heen kijken. Maar zulke fietsers en brommers heb je ook. Zodat je een dansje krijgt. Zal ik, nee, ga jij, nee, of toch, nee, nou dan ik maar? En dan allebei precies op hetzelfde moment alsnog gaan. Terwijl alle anderen er links en rechts voorbij zoeven. Opnieuw: bijna-botsingen, scheldpartijen.

De Amsterdammers van tegenwoordig zijn nogal explosief. We laten niet met ons sollen. En dat willen we weten ook. Veel mensen staan klaar om hun recht te halen nog voordat het ze is afgenomen. Op dat zebrapad aan de overkant zie je ze in alle soorten en maten. Pontificaal, onzeker, passief-agressief, op zoek naar ruzie om niks. Nergens kan je de temperatuur van de stad zo goed peilen als hier. Wat is de mensen toch aangedaan dat ze altijd naar vergelding zoeken, om het even waar, om het even met wie?

Gelukkig doen de meeste Amsterdammers nog steeds waar Amsterdammers goed in zijn. Laveren, even stilstaan, doorlopen, een zucht, een geintje, klaar.

Reacties


ilovenoord